De afgelopen jaren is het aantal fitnesscentra in Nederland afgenomen. Tevens is het gemiddeld aantal leden per fitnesscentrum de afgelopen drie jaar met 16 procent gedaald. Specialisatie en onderscheidend vermogen zijn sleutelwoorden voor fitnesscentra om te overleven in een verdringingsmarkt.

De consument

Van de Nederlandse consumenten van 20 jaar of ouder gaat 24% wel eens naar een fitnesscentrum. Van de totale Nederlandse bevolking komt het percentage uit op ten minste 18%. Maar wie is de bezoeker van een fitnesscentrum? Onder de Nederlandse mannen van 20 jaar of ouder bezoekt 20% een fitnesscentrum. Onder de vrouwen ligt dit percentage met 27% beduidend hoger. Een fitnesscentrum wordt relatief veel bezocht door jonge mensen. Van de consumenten tot 30 jaar bezoekt 29,4% een fitnessclub. In de leeftijdscategorie van 30 tot 40 jaar betreft het 28,8%. Onder de consumenten van 40 jaar of ouder ligt het bezoekpercentage beduidend lager. In de leeftijdscategorie van 40 tot 50 jaar gaat slechts 22,8% van de mensen naar een fitnessclub. Van de consumenten van 50 jaar of ouder gaat ongeveer een even groot deel naar het fitnesscentrum, namelijk 22,9%. Van de consumenten die een fitnesscentrum bezoeken beschouwt 69% fitness als hun hoofdsport (de belangrijkste sport die men beoefent). 31 Procent van de fitnessbeoefenaars zien het niet als hoofdsport maar beoefenen deze sport als ondersteuning van een andere sport. Ruim driekwart van de fitnessbeoefenaars doet aan fitness omdat men het lijf, de gezondheid en conditie op peil wil houden. Daarnaast doet 14% aan fitness om de prestaties te verbeteren en/of er beter uit te zien. Een zeer beperkt deel komt voor de gezelligheid en de sociale contacten. Ook de gedreven fitnessbeoefenaars vormen een zeer kleine doelgroep. Van de fitnessbeoefenaars doet 70% aan individuele cardiotraining in het fitnesscentrum. 44 Procent doet aan individuele krachttraining. Krap één op de drie sporters neemt deel aan groepslessen. Van de vrouwen neemt 38% deel aan groepslessen tegenover slechts 18% van de mannen. Bij individuele krachttraining scoren de mannen juist hoger; 58% tegenover 39% bij de vrouwen. Individuele krachttraining wordt voornamelijk door de jongere consument gedaan. De andere activiteiten zijn vrij gelijkmatig over de leeftijdscategorieën verdeeld.

Thuisfitness

Naast het beoefenen van fitness in een sportschool kan men ook thuis fitness beoefenen. Hoe groot is de groep consumenten dat thuis fitnessapparatuur heeft en in hoeverre traint men (ook) thuis? En wie heeft er fitnessapparatuur thuis? Van de consumenten van 20 jaar of ouder heeft 40% thuis fitnessapparatuur, zoals een hometrainer of gewichten. Van de consumenten die lid zijn van een fitnessclub heeft 45% fitnessapparatuur thuis. Al met al heeft een aanzienlijk deel van de Nederlandse consumenten fitnessapparatuur in huis. Maar wordt er ook mee getraind? Van de consumenten die fitnessapparatuur in huis hebben gebruikt ruim een kwart deze apparatuur nooit. Nog eens bijna een kwart van de consumenten traint incidenteel met de apparatuur, in ieder geval minder dan een keer per week. Ongeveer de helft van de consumenten die fitnessapparatuur in huis hebben traint wekelijks of vaker met de apparatuur.

De fitnesscentra

Het aantal fitnesscentra dat fitness als hoofdactiviteit aanbiedt is de afgelopen twee jaar met circa 10 procent afgenomen. Daarnaast is het gemiddeld aantal leden per club de afgelopen drie jaar met 16 procent afgenomen. Deze marktkrimp wordt voornamelijk veroorzaakt door concurrentie uit andere sectoren waar steeds vaker fitnessfaciliteiten worden aangeboden, zoals fysiotherapiepraktijken en wellnesscentra. Buiten de gevolgen van de crisis, zoals lagere besteding per lid, groei van low budget centra en kostenbeheersing, staat de klant steeds meer centraal in de fitnessbranche. Zo staan individuele aandacht, kleinere groepen en specifieke doelgroepen meer en meer centraal. Daarnaast zien we een verdere integratie van de fitnessbranche met de zorgsector. Er wordt meer samengewerkt met fysiotherapeuten en voedingsdeskundigen en er komt een groter aanbod van preventieve fitness voor senioren en fitness voor specifieke medische doelgroepen. Het komende jaar verwachten de fitnessondernemers een flinke toename van seniorenfitness, medische fitness, small group training en personal training. Daarnaast zullen de low budget fitnesscentra verder terrein gaan winnen en zijn wellness in fitnesscentra en all inclusive fitnesscentra op hun retour. De formule- en ketenvorming zal doorzetten, al is deze tendens duidelijk minder sterk dan in de voorgaande jaren. Per saldo verwacht men voor bedrijfsfitness geen goede tijden. Dit zal wellicht verband houden met het slechte economische klimaat. Als gevolg van de kredietcrisis ziet men het ledental en de bestedingen per lid afnemen met als gevolg minder omzet. Men ziet met name een verloop van leden die de overstap maken naar een low budget centrum. Deze groep fitnesscentra ziet dan ook juist positieve gevolgen van de crisis. Daarnaast oriënteert de consument zich uitgebreider dan voorheen en vergelijkt zeer kritisch de fitnesscentra in de buurt. Een bijkomend effect van de crisis is dat men vaker te maken heeft met wanbetalers en dat de banken moeilijker doen bij het verstrekken van kredieten.

Economisch perspectief van de fitnessbranche

De Nederlandse economie heeft al enkele jaren te maken met een terugval. Ook fitnesscentra zullen niet ontkomen aan de (indirecte) gevolgen van de crisis. De komende jaren zal de consument voorzichtig blijven en de hand op de knip houden, mede door de steeds concreter wordende overheidsbezuinigingen en de toegenomen economische onzekerheid wereldwijd. De consument is meer dan ooit prijskritisch en afwachtend. Deze ontwikkelingen zorgen voor een negatieve volumeontwikkeling in de fitnessbranche. De consument zal eerder kiezen voor een low budget fitnesscentrum. Als gevolg van de crisis zal de gemiddelde omzet per lid afnemen. Tevens zal een gemiddeld fitnesscentrum minder leden tellen, maar wel actievere leden, waardoor er op “spitstijden” een zwaarder beroep zal worden gedaan op de capaciteit van het centrum. Toch is succes mogelijk in de huidige verdringingsmarkt. Hierbij zijn het onderscheidend vermogen, het kiezen voor een specifieke doelgroep en een juiste positionering in de markt van essentieel belang. Ook persoonlijke benadering en service kunnen bijdragen aan het binden van klanten. Tot slot vraagt het oplossen van het retentieprobleem de aandacht. In de huidige markt is het niet vanzelfsprekend dat nieuwe leden zo maar binnenlopen en daarom is sturen op ledenwerving en -behoud belangrijker dan ooit. Als gevolg van de toenemende vergrijzing is het seniorensegment groeiende. Hieraan verbonden zien we een sterke groei op het gebied van medische fitness. Binnen fysiotherapiepraktijken is dit een snel groeiend onderdeel. De fitnessbranche doet er goed aan dit ook vanuit de eigen gelederen op te pakken en samenwerking te zoeken met partijen in de zorgsector. Zorgelijk is de afnemende interesse en deelname van jongeren aan sport. Dit is wel de toekomstige markt voor de fitnessbranche. Sterk in opkomst is functionele fitness. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan meer persoonlijke aandacht en begeleiding. Small Group training is hiervoor een goede invulling. Personal training lijkt ook interessant, echter het rendabel exploiteren van personal training en er een voldoende volume mee realiseren blijkt bijzonder lastig te zijn.